De drie van Woudbloem
Egbert Thoma
Eisso Kleefman
Hermanus Kleefman
Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman
Op dinsdag 4 mei 1943 werden op het terrein van aardappelmeelfabriek De Woudbloem drie mannen doodgeschoten: Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman.
Hun dood maakte deel uit van de harde Duitse onderdrukking van de April-Meistakingen. De drie werden door het Standgericht ter dood veroordeeld en om 16.05 uur op het fabrieksterrein gefusilleerd. Daarna verdwenen hun lichamen. Tot op de dag van vandaag is geen aanwijsbaar graf van hen gevonden.
De April-Meistakingen
Eind april 1943 brak in Nederland een grote staking uit nadat de Duitse bezetter had aangekondigd dat voormalige Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap moesten worden weggevoerd.
De staking verspreidde zich razendsnel over het land. Ook in Groningen legden mensen het werk neer. De bezetter reageerde met harde maatregelen. Er werd een politiestandrecht ingesteld en er vonden arrestaties plaats. Standgerichten spraken in korte tijd doodvonnissen uit. Ook Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman kwamen voor zo’n Standgericht terecht.
In de kranten werd vervolgens bekendgemaakt dat zij wegens staking en sabotagehandelingen ter dood waren veroordeeld. Hetzelfde bericht noemde ook Broer de Witte en Harm Bakker.
Drie mannen
Op 4 mei 1943 zaten zij samen met Egbert Thoma bij de groep gevangenen van wie het doodvonnis al door de Duitse autoriteiten was bekrachtigd. Die middag vertrok het Standgericht om 14.30 uur vanuit Groningen naar Leeuwarden. In Groningen bleven op dat moment acht mannen achter van wie het doodvonnis al was bekrachtigd. Zij werden overgedragen aan de Duitse politie. Voor drie van hen zou Woudbloem de plaats van executie worden.
4 mei 1943 – 16.05 uur
Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman werden naar het terrein van aardappelmeelfabriek De Woudbloem gebracht.
Daar werden zij om 16.05 uur gefusilleerd.
De executie vond niet in het geheim plaats. Uit het onderzoek van De Witte blijkt dat er getuigen waren die de executie bij de aardappelmeelfabriek hebben waargenomen.
Dat is opvallend, omdat het Duitse bevel juist voorschreef dat ter dood veroordeelden op een geheim te houden plaats moesten worden gefusilleerd. Bij Woudbloem werd dat bevel niet opgevolgd. De Duitse autoriteiten kregen wel bericht dat de doodvonnissen waren voltrokken, maar niet waar dat was gebeurd.
Hun lichamen werden meegenomen
Met de executie eindigde het verhaal niet.
De Duitse bezetter had opdracht gegeven om de lichamen van gedode slachtoffers naar Groningen over te brengen en ze daar in de omgeving heimelijk te begraven. De plaats van de begrafenis moest voor de nabestaanden onbekend blijven.
Dat gebeurde ook met Egbert Thoma en de broers Kleefman. Hun lichamen verdwenen. Waar zij precies werden begraven, werd niet aan hun families verteld.
De Appèlbergen
Na de bevrijding begon de zoektocht naar de verdwenen slachtoffers van de April-Meistakingen.
Op 30 november 1945 werd op het toenmalige militaire oefenterrein de Appèlbergen een massagraf gevonden. Het graf werd op 30 november en 1 december geopend. Er werden negentien lichamen aangetroffen, waarvan er achttien konden worden geïdentificeerd. Maar Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman waren daar niet bij. Volgens de door De Witte onderzochte ooggetuigenverklaringen en verklaringen van voormalige Duitse bezetters moesten de overige slachtoffers in hetzelfde gebied zijn begraven, in de omgeving van het gevonden massagraf.
Daarom zijn de drie van Woudbloem onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Appèlbergen.
Op een onbekende plaats begraven
In het overzicht van de slachtoffers noteert De Witte bij alle drie vrijwel dezelfde woorden:
‘op een onbekende plaats begraven’ – vermist.
Egbert Thoma, 26 jaar, Woudbloem.
Eisso Kleefman, 50 jaar, Woudbloem.
Hermanus Kleefman, 48 jaar, Scharmer.
Alle drie gefusilleerd op 4 mei 1943 om 16.05 uur op het terrein van aardappelmeelfabriek De Woudbloem.
Hun executieplaats kennen we dus.
Hun laatste rustplaats niet.
Drie namen die niet mogen verdwijnen
Meer dan tachtig jaar later weten we nog steeds niet waar de stoffelijke resten van Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman liggen.Het verhaal van de drie van Woudbloem verbindt daarom twee plaatsen. Woudbloem, waar zij op 4 mei 1943 werden doodgeschoten. En de Appèlbergen, het gebied waar volgens naoorlogse verklaringen ook de nog vermiste slachtoffers van de April-Meistakingen werden begraven. Hun namen staan daarom niet alleen voor drie slachtoffers van de Duitse repressie in mei 1943. Ze staan ook voor de onzekerheid waarmee hun families na de oorlog achterbleven. Een executieplaats was bekend. Een graf ontbrak.
Egbert Thoma.
Eisso Kleefman.
Hermanus Kleefman.
De drie van Woudbloem.
Hun verhaal is bekend.
Hun graf wordt nog altijd gezocht.
Lees het volledige verhaal hier:
https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-drie-stakers-van-woudbloem
Documentaire – De drie stakers van Woudbloem
In deze korte documentaire brengt documentairemaakster Liefke Knol het verhaal van Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman op indringende wijze in beeld. Aan de hand van historische beelden en persoonlijke verhalen van nabestaanden wordt duidelijk welke gevolgen de executie van de drie mannen had voor hun families en voor het dorp Woudbloem. Een indrukwekkend document dat de geschiedenis achter de April-Meistakingen levend houdt.
Bekijk de documentaire via YouTube:
Muziek – De drij van Woudbloem
Ter gelegenheid van de 80-jarige herdenking van de April-Meistakingen schreef Jan Henk de Groot het Groningstalige lied De drij van Woudbloem. In dit indringende eerbetoon bezingt hij het lot van Egbert Thoma, Eisso Kleefman en Hermanus Kleefman, die op 4 mei 1943 als represaille voor de stakingen werden geëxecuteerd. De videoclip brengt hun verhaal op een respectvolle en aangrijpende manier opnieuw onder de aandacht en draagt eraan bij dat hun geschiedenis niet wordt vergeten.



