Vijf mannen, één executieplaats – 4 mei 1943
Op dinsdag 4 mei 1943 werden op het terrein van strokartonfabriek Beukema & Co. in Hoogezand vijf mannen door de Duitse bezetter doodgeschoten. Ze kwamen uit verschillende plaatsen, hadden verschillende achtergronden en kenden elkaar voor zover bekend niet allemaal. Toch bracht het brute optreden tegen de April-Meistakingen hun levens op die dag samen.
Hun namen waren Rienold Terpstra, Paulinus Nieuwold, Gerrit Imbos, Willem Antonie van Rossum en Cornelis Luinstra. Het proefschrift ‘Op een onbekende plaats begraven vermeldt dat alle vijf standrechtelijk ter dood werden veroordeeld en op 4 mei 1943 op het fabrieksterrein van Beukema werden gefusilleerd. Daarna werden hun lichamen weggevoerd.
De April-Meistakingen
Eind april 1943 brak in Nederland een grote golf van stakingen uit. Aanleiding was de bekendmaking dat Nederlandse militairen die in mei 1940 hadden gevochten opnieuw in krijgsgevangenschap zouden worden weggevoerd. Vanuit Hengelo verspreidden de stakingen zich razendsnel over het land.
Ook in Groningen werd op grote schaal het werk neergelegd. Fabrieken en scheepswerven in en rond Hoogezand en Foxhol sloten zich bij de staking aan. De Duitse bezetter reageerde met harde maatregelen. Het politiestandrecht werd ingesteld en arrestaties volgden. Mensen konden na een zeer korte procedure ter dood worden veroordeeld. Het doel was duidelijk: door hard op te treden moest de bevolking worden geïntimideerd en moesten de stakingen worden gebroken.
De vijf mannen die uiteindelijk bij Beukema zouden sterven, kwamen ieder op een andere manier in handen van de bezetter.
Rienold Terpstra
De 29-jarige Rienold Terpstra woonde en werkte bij zijn ouders op een boerderij in Doezum. Tijdens de melkstaking weigerden boeren melk te leveren. Toen op 3 mei de melklevering onder Duitse druk weer op gang kwam, hield Rienold samen met anderen een melkwagen tegen. Terwijl melkbussen werden leeggegooid, hield hij het paard vast.
De volgende ochtend werd hij tijdens het melken op de boerderij gearresteerd. Hij werd naar het Scholtenhuis in Groningen gebracht en daar ter dood veroordeeld.
Paulinus Nieuwold
Paulinus Nieuwold was 41 jaar oud en woonde in Kolham. Hij was getrouwd en had een zoon. Nieuwold had deelgenomen aan de staking bij een scheepswerf in Hoogezand. Hij werd samen met anderen gearresteerd, maar werd uit de groep gehaald en naar het Scholtenhuis gebracht.
Ook hij kreeg de doodstraf.
Gerrit Imbos
De 21-jarige Gerrit Imbos kwam uit Foxhol en werkte als hellingknecht. Ook hij had aan de staking deelgenomen.
Op 3 mei ging de SD naar het huis van de familie Imbos. Aanvankelijk werd zijn vader meegenomen naar het Scholtenhuis. Later die avond bleek dat men niet de vader, maar zoon Gerrit moest hebben. Zijn vader werd teruggebracht en Gerrit werd alsnog gearresteerd.
Voor Gerrit zou er geen terugkeer naar huis zijn.
De 19-jarige Willem Antonie van Rossum, Will genoemd, bevond zich in een heel andere situatie. Hij studeerde aan de Rijks Middelbare Landbouwschool in Groningen en woonde op kamers aan de Emmasingel. Zijn ouders verbleven in Nederlands-Indië.
Will werd op 4 mei uit de schoolbanken gehaald. De aanleiding voor zijn arrestatie was een windbuks die op zijn kamer was aangetroffen. Dit werd als verboden wapenbezit beschouwd. Ook Will werd naar het Scholtenhuis gebracht en ter dood veroordeeld.
Daarmee laat zijn verhaal zien hoe willekeurig het Duitse optreden tijdens deze dagen kon zijn: Will werd uiteindelijk samen met mannen terechtgesteld die wegens deelname aan de stakingen waren opgepakt.
Cornelis Luinstra
Ook Cornelis Luinstra was pas 19 jaar. Hij kwam uit Warfstermolen en werkte als landarbeider.
Op de avond van 3 mei werd hij bij een vriend gearresteerd. Samen met anderen had hij een boer aangesproken om het werk neer te leggen. Meerdere personen werden opgepakt, maar alleen Cornelis moest voor het Polizeistandgericht verschijnen.
In Groningen werd hij ter dood veroordeeld. Volgens de overgeleverde beschrijving kreeg hij, toen hij een verloren klomp wilde oprapen, een klap met een geweerkolf.
Naar Hoogezand
Zo kwamen vijf mannen die enkele dagen daarvoor nog niets met elkaar te maken hadden gehad uiteindelijk bij elkaar.
Rienold uit Doezum.
Paulinus uit Kolham.
Gerrit uit Foxhol.
Will, de student in Groningen.
Cornelis uit Warfstermolen.
Op 4 mei werden zij naar Hoogezand gebracht. Hun executieplaats was het terrein van de N.V. Cartonfabriek Beukema & Co. De executie moest niet alleen de vijf mannen treffen. Door hen bij een fabriek dood te schieten werd tegelijkertijd een boodschap afgegeven aan de arbeiders en de bevolking: verzet tegen de bezetter kon met de dood worden bestraft.
Volgens het proefschrift vond de executie plaats om 18.45 uur.
Daar werden de vijf mannen doodgeschoten.
Rienold Terpstra was 29 jaar.
Paulinus Nieuwold 41 jaar.
Gerrit Imbos 21 jaar.
Willem Antonie van Rossum 19 jaar.
Cornelis Luinstra 19 jaar.
De lichamen verdwijnen
Met hun dood eindigde het Duitse optreden niet.
De lichamen werden niet aan hun families teruggegeven. Ze werden meegenomen en op een geheim gehouden plaats begraven. Dat gebeurde met meer slachtoffers van de April-Meistakingen. In Noord-Nederland namen de bezetters de lichamen van 34 slachtoffers mee om ze heimelijk te begraven. Na de bevrijding werden negentien lichamen in een massagraf in de Appèlbergen gevonden. Achttien konden worden geïdentificeerd; zestien slachtoffers bleven vermist. Proefschrift-Op-een-onbekende-p…
Tot die vermisten behoren ook de vijf van Hoogezand.
Uit later onderzoek en getuigenverklaringen kwam naar voren dat hun lichamen na de executie in de richting van de Appèlbergen zijn vervoerd. Op grond van de reconstructie wordt aangenomen dat de nog vermiste slachtoffers in het gebied van het Grote Veen in de Appèlbergen zijn begraven. Ondanks verschillende onderzoeken en zoekpogingen zijn hun stoffelijke resten niet gevonden.
Niet vergeten
Op de plaats van de voormalige strokartonfabriek Beukema & Co. herinnert tegenwoordig een bronzen plaquette aan wat hier op 4 mei 1943 gebeurde. Daarop staan de vijf namen:
Gerrit Imbos
Cornelis Luinstra
Paulinus Nieuwold
Willem Antonie van Rossum
Rienold Terpstra
De plaquette werd op 1 mei 2004 onthuld.

Hun verhalen begonnen op verschillende plaatsen. De één staakte in een fabriek, de ander hielp bij de melkstaking, weer een ander werd opgepakt vanwege een windbuks. Ze waren geen groep vrienden en vormden vóór hun arrestatie geen gezamenlijk vijftal.
Op 4 mei 1943 bracht de bezetter hen samen op het terrein van Beukema in Hoogezand. Daar werden ze gezamenlijk geëxecuteerd. Daarna verdwenen hun lichamen.
Meer dan tachtig jaar later zijn Rienold Terpstra, Paulinus Nieuwold, Gerrit Imbos, Willem Antonie van Rossum en Cornelis Luinstra nog altijd vermist.
Maar hun namen en hun verhalen zijn niet verdwenen.
