Broer was een zoon van Douwe Hessel de Witte en Geertje Bakker. Hij woonde met zijn ouders in Greonterp en volgde onderwijs aan de middelbare landbouwschool in Sneek.
April-Meistaking
Op zaterdagavond 1 mei 1943 nam Broer samen met zijn 17-jarige broer Wiebe de Witte en anderen deel aan de melkstaking bij de zuivelfabriek in Oudega (Wymbritseradeel).
De actie was onderdeel van de April-Meistakingen. Melkbussen werden van wagens gehaald en leeggegooid, waardoor de levering aan de fabriek werd tegengehouden.
Arrestatie
De volgende dag, 2 mei 1943, kwam de Ordnungspolizei naar de boerderij van de familie De Witte. Broer en Wiebe werden gearresteerd.
Broer werd samen met andere arrestanten uiteindelijk naar Groningen gebracht. In het Scholtenhuis kwam hij voor het Standgericht.
Doodvonnis en executie
Broer de Witte werd ter dood veroordeeld. Het vonnis werd door Rauter bekrachtigd.
Op 3 mei 1943 om 15.00 uur werd de 19-jarige Broer de Witte gefusilleerd op de pistoolbaan van de Rabenhauptkazerne in Groningen.
Zijn broer Wiebe overleefde. Hij werd op 6 mei 1943 vrijgelaten, maar enkele maanden later opnieuw gearresteerd.
Begrafenis in de Appèlbergen
Na de executie werd het lichaam van Broer niet aan zijn familie teruggegeven.
Op 3 mei werden ook de lichamen van de zestien bij Trimunt geëxecuteerde slachtoffers, Jan Postema en Berend Trip verzameld. Samen met Broer de Witte werden zij in het diepste geheim naar de Appèlbergen gebracht en daar in een massagraf verborgen.
Voor zijn ouders en andere familieleden bleef onbekend waar Broer was gebleven.
Teruggevonden, maar verkeerd geïdentificeerd
Op 30 november en 1 december 1945 werd in de Appèlbergen een massagraf geopend. Er werden negentien lichamen aangetroffen.
Broer bevond zich tussen deze slachtoffers, maar bij de identificatie ging het mis. Zijn lichaam werd aangezien voor dat van de uit Heemstede afkomstige onderduiker Friedrich Ludwig (Frits) van de Riet.
Daardoor werd Broer in december 1945 in Marum onder de naam Frits van de Riet begraven.
Het lichaam dat men niet kon identificeren, werd uiteindelijk als onbekende Nederlander begraven. Later onderzoek wees uit dat dát lichaam in werkelijkheid Frits van de Riet was.
Jarenlange vermissing
Door deze verwisseling bleef de familie De Witte tientallen jaren in onzekerheid over de rustplaats van Broer.
Onderzoek van Truus de Witte, een nicht van Broer, bracht uiteindelijk aan het licht wat er in 1945 was misgegaan. Uit vergelijking van archiefstukken en identificatiegegevens bleek dat Broer al sinds 1945 in Marum begraven lag.
Eindelijk duidelijkheid
In 2008 werd de verwisseling officieel rechtgezet. Het lichaam van Frits van de Riet werd vanuit Nationaal Ereveld Loenen naar Marum overgebracht.
Het graf waarin Broer de Witte onder de naam Van de Riet was begraven, werd uit piëteit niet geopend. Broer bleef dus op zijn bestaande rustplaats in Marum. Frits van de Riet kreeg daarnaast zijn eigen graf.
Op 18 oktober 2008 kreeg Broer de Witte in Marum zijn eigen gedenksteen en werd zijn naam toegevoegd aan de herdenking van de slachtoffers.
