Op maandagmorgen 3 mei 1943 liep de spanning in de gemeente Roden verder op. Die ochtend werd de 20-jarige Tiem van Bergen zonder enige waarschuwing op zijn land bij Roden door Duitse militairen doodgeschoten. Kort daarna volgden meerdere arrestaties in de gemeente.
Harm Bakker (26) en zijn jongere broer Jan Bakker (23), beiden afkomstig uit Steenbergen (Drenthe), werden gearresteerd nadat zij samen met anderen melkbussen op de weg hadden leeggegoten als onderdeel van de April-Meistaking. De arrestatie werd uitgevoerd door twee Nederlandse politiemannen uit Roden. Vermoedelijk gebeurde dit in opdracht van de NSB-burgemeester van de gemeente Roden, die zich tijdens de arrestatie in de auto bevond.
Na hun aanhouding werden Harm en Jan Bakker samen met andere arrestanten opgesloten in het gemeentehuis van Roden. Later diezelfde dag werden zes gevangenen overgebracht naar het Scholtenhuis in Groningen. Het ging om de broers Harm en Jan Bakker, Jan Postema, de broers Lubbe en Jacob Dijk en Johannes Kalfsbeek, allen afkomstig uit de gemeente Roden.
Voor Harm Bakker vormde deze overbrenging naar het Scholtenhuis het begin van een fatale afloop. Daar werd hij door het Duitse Standgericht berecht en ter dood veroordeeld. Nog diezelfde dag werd het vonnis voltrokken. Zijn lichaam werd vervolgens in het geheim begraven op een onbekende plaats in de Appèlbergen, waar het tot op heden niet is teruggevonden.
Bron
- Truus de Witte, Op een onbekende plek begraven (proefschrift).
Bron: proefschrift Truus de Witte

