De geschiedenis van de Appèlbergen

Van heidegebied tot plaats van herinnering

De Appèlbergen, gelegen tussen Glimmen en Noordlaren, is tegenwoordig een geliefd natuurgebied waar jaarlijks duizenden mensen wandelen en genieten van de rust. Weinigen beseffen dat dit landschap een bijzondere en soms aangrijpende geschiedenis kent. Door de eeuwen heen veranderden de Appèlbergen van een uitgestrekt heidegebied in een militair oefenterrein, vervolgens in een plaats van oorlog en verdriet, en uiteindelijk in een plek waar jaarlijks wordt herdacht.

Een militair oefenterrein

Tot het begin van de twintigste eeuw bestond de Appèlbergen voornamelijk uit heidevelden, zandverstuivingen en kleine bospercelen. Het gebied maakte deel uit van het karakteristieke Hondsruglandschap en werd door de inwoners van de omliggende dorpen gebruikt voor het weiden van schapen en het steken van plaggen.

In 1916 kocht de Nederlandse Staat een groot deel van de Appèlbergen aan om er een militair oefenterrein van te maken. De uitgestrekte heide, de hoogteverschillen en de gunstige ligging maakten het terrein zeer geschikt voor militaire oefeningen. Jarenlang trainden Nederlandse militairen in het gebied. Ook na de Duitse inval in mei 1940 bleef het terrein een militaire functie houden. De Duitse bezetter nam het oefenterrein over en gebruikte het voor eigen oefeningen. Hierdoor waren de Appèlbergen voor de bezettingsmacht een bekend en afgelegen gebied.

De April-Meistaking van 1943

Op 29 april 1943 maakte de Duitse bezetter bekend dat ongeveer 300.000 voormalige Nederlandse militairen zich opnieuw moesten melden om als krijgsgevangene naar Duitsland te worden afgevoerd. De maatregel veroorzaakte grote woede onder de Nederlandse bevolking. Veel mensen zagen hierin opnieuw een bewijs dat de bezetter zich niets aantrok van eerder gemaakte afspraken en steeds verder ingreep in het dagelijks leven.

Nog diezelfde middag legden werknemers van machinefabriek Stork in Hengelo het werk neer. Hun protest vormde het begin van de April-Meistaking van 1943, de grootste verzetsstaking tijdens de Duitse bezetting. Binnen enkele uren verspreidde de staking zich over Twente en al snel volgden bedrijven, overheidsdiensten en landbouwbedrijven in grote delen van Nederland.

Op het platteland sloten ook veel boeren zich bij de staking aan. Zij weigerden melk af te leveren aan de zuivelfabrieken of de bezetter. Hierdoor kreeg de staking al snel ook de naam Melkstaking. Hoewel deze benaming vooral in de noordelijke provincies veel werd gebruikt, ging het om dezelfde landelijke verzetsactie.

Ook in de provincie Groningen sloeg de staking snel over. Werknemers legden het werk neer en op verschillende plaatsen kwam het openbare leven vrijwel stil te liggen. De Duitse bezetter reageerde onmiddellijk en uiterst hard. Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart kondigde het politiestandrecht af. Hierdoor konden arrestanten zonder een normale rechtszaak ter dood worden veroordeeld.

In de dagen die volgden werden in heel Nederland honderden mensen gearresteerd. Meer dan 200 Nederlanders werden tijdens of direct na de staking geëxecuteerd. Onder hen bevonden zich ook de mannen die op 3 mei 1943 in de Appèlbergen werden doodgeschoten. Hun lot vormt een blijvende herinnering aan de hoge prijs die velen betaalden voor hun verzet tegen de bezetter.

De executies in de Appèlbergen

Na het uitbreken van de April-Meistaking trad de Duitse bezetter hard op. Op verschillende plaatsen in de provincie Groningen werden mannen gearresteerd. Sommigen werden verdacht van betrokkenheid bij de staking, anderen werden zonder duidelijke aanleiding opgepakt als onderdeel van de Duitse vergeldingsmaatregelen.

De arrestanten werden overgebracht naar het beruchte Scholtenhuis in Groningen, dat tijdens de bezetting dienstdeed als hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD). Daar werden zij verhoord en vernamen zij dat zij ter dood waren veroordeeld.

De executies vonden vervolgens op verschillende plaatsen plaats. Niet alle slachtoffers werden op dezelfde locatie doodgeschoten. Na hun executie werden de lichamen in het geheim naar de Appèlbergen gebracht en daar begraven. De Appèlbergen was daarmee niet de plaats waar alle executies plaatsvonden, maar werd de verborgen begraafplaats van de slachtoffers.

Van oorlogsgebied naar natuurgebied

Na de Tweede Wereldoorlog bleven de Appèlbergen nog geruime tijd in gebruik als militair oefenterrein. In de loop van de jaren veranderde de functie van het gebied geleidelijk. De natuur kreeg steeds meer ruimte en uiteindelijk werd de Appèlbergen ontwikkeld tot het recreatie- en natuurgebied dat het vandaag de dag is. Wandelpaden, vennen en bossen bepalen nu het landschap, terwijl de sporen van het militaire verleden grotendeels uit het zicht zijn verdwenen.

Herdenken en doorgeven

Om de slachtoffers van 3 mei 1943 blijvend te herdenken, werd op initiatief van de Werkgroep Appèlbergen een monument opgericht. Het monument, ontworpen door Paul Engberts, werd op 3 mei 2004 onthuld door burgemeester A. Gerritsen van de gemeente Haren. Sindsdien vindt hier ieder jaar de herdenking plaats van de slachtoffers van de April-Meistaking die in de Appèlbergen werden geëxecuteerd.

De Stichting 3 Mei Herdenking Appèlbergen zet zich ervoor in om deze geschiedenis levend te houden. Door de jaarlijkse herdenking, historisch onderzoek en het verzamelen van verhalen en documenten wil de stichting ervoor zorgen dat de gebeurtenissen van 1943 niet worden vergeten.

De Appèlbergen is tegenwoordig een plaats van rust en natuur, maar ook een plaats van herinnering. Achter de stilte van het bos schuilt een geschiedenis die ons eraan herinnert hoe kwetsbaar vrijheid is. Juist daarom blijft het belangrijk de verhalen van de slachtoffers te blijven vertellen en door te geven aan toekomstige generaties.