Herdenking 3 mei 2026

De stille tocht naar het monument vanaf het paviljoen begon om 14.00 uur, geleid door twee tamboers. De herdenking werd geopend door Adrie Kiwiet, voorzitter van de Stichting 3 mei Comité Herdenking Slachtoffers April-Meistaking Appèlbergen. Na de opening door de voorzitter lazen twee leerlingen van de Quintusschool in Glimmen hun zelfgeschreven gedicht voor.

Vrijheid

Is wat we vierden, toen de oorlog voorbij was..

Vrijheid

Is iets, wat voor iedereen anders is..

Vrijheid

Is geen angst hoeven hebben, als je over straat

loopt
Vrijheid

Is dat je mag vinden wat je vindt, en denken

wat je denkt
Vrijheid

Is mogen zijn, wie je zelf wilt zijn

Vrijheid

Is wat we vierden toen de oorlog voorbij was

Burgemeester Ard van der Tuuk van de gemeente Westerkwartier sprak de herdenkingsrede. Terwijl hij dit deed, betrok de lucht en hoorden we het in de verte al onweren.

Geachte aanwezigen,
Tijd heelt alle wonden, zegt men. Het doet herinneringen en
gevoeligheden slijten, zegt men.
En dat zou dan ook gelden voor de wonden die in de Tweede
Wereldoorlog zijn geslagen. Die oorlog ligt inmiddels meer dan
tachtig jaar achter ons. Ooggetuigen van die oorlog zijn er bijna niet
meer.
Tijd heelt de wonden, maar de littekens blijven en zijn nog steeds
voelbaar. Een aantal van u draagt het litteken uit de oorlog van uw
familie nog steeds met u mee. Littekens die zijn overgedragen door
de verhalen, de emoties, die u heel persoonlijk uit eerste hand hebt
ervaren van uw ouders, grootouders of andere familieleden.
Die littekens van meerdere generaties tonen hoe belangrijk het is om
de verhalen van de oorlog te blijven vertellen, zodat we onthouden
hoe erg een oorlog is!
We herdenken om de slachtoffers te eren, maar ook omdat we van
de geschiedenis kunnen leren. Herdenken is ook bezinnen. En de
waarde van bezinning is groot in deze tijd. Het is van belang dat we
niet alleen stilstaan bij wat er is gebeurd, maar ook bij wat die
gebeurtenissen van toen ons vandaag leren.
Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog leven we in ons land in
vrede, vrijheid en welvaart. Maar ongetwijfeld bent u, net als ik,
bezorgd over de situatie in de wereld.
Er is oorlog in Europa, er is oorlog in het Midden-Oosten, er is oorlog
in Afrika en er zijn herhaaldelijk conflicten in Azië. Dood en verderf.
Het laat niemand koud. En het roept de vraag op: Heeft de mensheid
dan niets geleerd van haar geschiedenis?

2
Als je naar de huidige wereldleiders kijkt, zou je zeggen van niet. Alles
lijkt te draaien om macht en geld. Mij liepen kortgeleden de rillingen
over de rug. Toen de machtigste man van de Westerse wereld, de
president van een bevriende natie, zei dat hij een ander land “naar
het stenentijdperk zou bombarderen.’’
Dreigen met wreedheid is een eerste stap op een vreselijk pad. De
geschiedenis heeft ons toch bij herhaling geleerd dat pad nooit meer
op te gaan.
Als zogenaamde sterke mannen, zelfs in onze democratische
Westerse wereld een klimaat scheppen van agressie en geweld, wat
gebeurt er dan? Gaan we dat dan geleidelijk weer normaal vinden?
Vergeten we de lessen van de geschiedenis dan toch weer?
Beste mensen,
We zijn hier op deze plek om te herinneren, de slachtoffers te eren
en te bezinnen. Alle slachtoffers, die hier in Appelbergen heimelijk
werden begraven, hebben een eigen, vreselijk verhaal. Verhalen die
we moeten blijven vertellen. Als burgemeester van Westerkwartier
wil ik hier vandaag het verhaal vertellen van de 16 van Trimunt. Ter
ere van hen, ter herinnering én als waarschuwing voor wat er
gebeurt in oorlogen.
Het was de periode van de April/mei-stakingen van 1943. Enkele
jongeren uit De Haar bij Marum hadden baldadig een boom over de
weg gelegd. Voor de Duitse SicherheitsDienst was dat aanleiding om
willekeurig een aantal burgers op te pakken. Ze werden naar de
Duitse radarstelling in Trimunt gebracht.
En dan arriveert daar net een fanatieke Duitse commandant uit
Groningen. Die eet een maaltijd, drinkt enkele glazen en geeft dan
het bevel om de gevangenen, 16 mannen waaronder een jongen van
13, zonder pardon dood te schieten.

3

De soldaten doen het. Zonder tegenspraak. Ze ontdoen zich
vervolgens van de lichamen door die heimelijk naar hier, naar
Appelbergen, te brengen.
Zoiets kan dus in een oorlog. Zoiets kan, als machtsmisbruik en
geweld normaal zijn geworden. Dan regeert onrecht en willekeur. Als
mensen onder de knoet leven, dan volgen ze ook wrede bevelen op.
Ik zie op verschillende plekken in de wereld de knoet weer geheven
worden. Ik zie ook dat bevolkingen zich niet verzetten. En dat maakt
het zo belangrijk om de verhalen te vertellen. Te weten dat we ons
moeten verzetten als onderdrukking en wreedheid weer normaal
worden gemaakt. Ons te realiseren dat elk mens daarbij het verschil
maakt om de massa het goede te laten doen.
Beste mensen,
Het is goed om te erkennen dat er een grote drempel kan zijn om het
goede te doen door de angst voor straf, uitsluiting of erger. Het is
meestal die angst die onrecht in stand houdt. De meesten van ons
kijken weg of zwijgen uit angst voor de consequenties.
Want die spanning tussen zwijgen uit angst en opstaan voor vrijheid
en recht is niet alleen iets van verre conflicten, maar raakt ook aan de
manier waarop wij tegenwoordig met elkaar omgaan. We zien dat
ook onze samenleving harder en agressiever wordt. Je hoort
tegenwoordig dikwijls een scherpe toon in de politiek, op tv, op
internet en op straat. Er is steeds vaker sprake van onfatsoen en
onverdraagzaamheid. Snel oordelen en veroordelen, schelden,
beledigen. Daardoor komen mensen tegenover elkaar te staan, in
plaats van naast elkaar.
Dit, dames en heren, is mijn bezinning. Hier ligt voor mij de
verbinding tussen het herdenken van het oorlogsverleden en het
heden. En daarom doe ik een oproep aan ons allemaal. Een oproep
aan de grote, vaak te lang zwijgende meerderheid: Laten we

4
wreedheid en onrecht nooit weer normaal gaan vinden. Wees altijd
bereid het zwijgen te doorbreken en sta op, ook als je angst voelt.
Volgens mij mogen we dat tegen elkaar zeggen. Juist ook vandaag,
juist ook op deze plek. Want hier werden mensen begraven die het
ultieme offer hebben gebracht. Vermoord in een tijd waarin het
kwaad regeerde en geweld normaal was. Zij hebben zich verzet tegen
onderdrukking, tegen onrecht, tegen haat. En daar hebben ze met
hun leven voor betaald…
Laten we hen herdenken en eren. En laten we bezinnen. De tijd
waarin we nu leven, vraagt daar om. Opdat er geen nieuwe littekens
meer ontstaan. Opdat nooit weer.
Dank u wel

Hierna droeg burgemeester Erica van Lente van de gemeente Midden-Groningen vier korte gedichten voor uit de bundel “geduldig gereedschap” van Rutger Kopland.

Vier korte gedichten uit de cyclus ‘Dichtgroeiende weg’ uit de bundel ‘Geduldig
gereedschap’ (1993) door Rutger Kopland

Het verhaal over deze weg kan kort zijn.
We kunnen het wel lang maken, wel blijven
praten tegen elkaar en tegen de tijd, maar
geen enkel verhaal is dat ene, waarin we
ergens vandaan gingen en ergens aankwamen.
Laat ons eens praten over de dingen waarover
we dat niet konden en nooit zullen kunnen:
we hebben het huis verlaten, en keren terug,
maar onderweg groeit het gras de weg dicht.
En ook zo is het niet, ook dit verhaal doodt
de tijd niet, er is een ander verhaal,
maar dat is oneindig veel korter.

Voordat je er niet meer zal zijn, je vertelt nog
verhalen, maar ze zijn al zo ver als een ruïne.
Voor er geen woorden meer zijn die kunnen zeggen:
deze balken droegen een dak, deze zwarte vlammen
waren een vuur, deze gaten waren deuren en ramen,
met uitzicht op een tuin, een wijngaard, een akker,
deze stenen waren een muur, deze plek was een huis.
Je dwaalt nog door je verhalen, al bijna alleen
nog onder die blote eeuwige hemel, al zo koud,
het waait door je kleren, wilde druiven en rozen
komen je halen, het ruikt al zwaar naar grond.
Er zijn nog woorden, maar ze gaan over de dingen
tot die er niet meer zijn, zij gaan als de tijd,
niet terug, niet voorbij, maar zoals een ruïne.

Altijd die blik nog, tot het laatst,
maar laat me, of laat me desnoods niet.
Die glimlach, dat kijken alsof je iets

ziet dat niemand ziet, zoals je kijkt
Naar een rivier, alsof ik water ben,
een oever, een wilg, riet en daarboven
de eeuwige hemel, een herinnering ben,
aan een tijd, een plek, die niet bestond.
Altijd die zelfde blik nog, waarin
iedere stap, steeds weer, de laatste.

Dan zullen deze geluiden wind zijn,
als ze opstijgen uit hun plek, dan
zullen ze verwaaien, zijn ze wind.
We hebben geademd en onze adem was
als zuchten van bomen om een huis,
we hebben gepreveld en onze lippen
prevelden als een tuin in de regen,
we hebben gesproken en onze stemmen
dwaalden als vogels boven een dak.
Omdat wij onze naam wilden vinden.
Maar alleen de wind weet de plek
die wij waren, waar en wanneer.

De namen van de 34 slachtoffers werden voorgelezen door Sander Postema en Wianne Harwig Postema. Zij zijn nabestaanden van Jan Postema.

Daarna werden bloemstukken gelegd. Dit jaar bij de V-Boom door Thijs Hofstede en Greetje van der Laan-Imbos. Zij zijn nabestaanden van Rienold Terpstra en Gerrit Imbos.
Na het leggen van alle bloemstukken mochten de kinderen van de Quintisschool, die het monument geadopteerd hebben, 34 bloemen leggen. Voor elk slachtoffer 1 bloem.

De herdenking bleef net niet droog. We hoorden de onweersbui steeds dichterbij komen en aan het eind van de herdenking begon het al te regenen. Daarom was het dankwoord kort en konden de meeste mensen voor het noodweer echt losbrak onderdak vinden bij het paviljoen.

Hieronder een fotogalerij van de herdenking.